Over collectief wonen en de kansen voor het Zunderts buitengebied

De groep mensen die collectief wil wonen, wordt steeds groter. Maar niet alles kan en mag zomaar. Hoe makkelijk is het om zulke woonvormen op te starten? En hoe zit dat binnen de pilot Vitaal Buitengebied Zundert? We gaan hierover in gesprek met Menno de Lange en Chanan Hornstra, deskundigen op dit vlak.

Menno en Chanan deden samen al eerder bijzondere woonprojecten in de regio en werden door Marcel van Miert, projectleider van de pilot, uitgenodigd om mee te denken over collectieve woonvormen in Zundert. Chanan is werkzaam als architect (HRH Architecten). Menno is eigenaar van het platform Droomwonen Brabant en adviesbureau droomwonen.com, hij ondersteunt mensen die zelf collectief hun woning of woonomgeving willen realiseren.

Jullie hebben beiden ervaring met collectief particulier opdrachtgeverschap. Kunnen jullie die term toelichten?

“Particulier opdrachtgeverschap kennen de meeste mensen wel,” zegt Menno de Lange, “je koopt een kavel en je zet er een vrijstaand huis op. Doe je dat met een groep mensen, dan heb je collectief particulier opdrachtgeverschap, en kun je bijvoorbeeld ook een gewone rijwoning of patio realiseren, maar ook bijzondere woonvormen. De provincie heeft een rapport opgeleverd over de belemmeringen voor dit soort nieuwe wooninitiatieven.”

Zijn er heel veel belemmeringen dan, dat ze daar een heel rapport van hebben opgeleverd?

“Bij de meeste initiatieven is het vinden van een locatie een bottleneck,” begint Menno, “En bij bijzondere woonvormen – als je het hebt over collectieve koop of een huurvorm, of iets met gezamenlijke woonruimtes, dan zie je dat ook financiering een belangrijk vraagstuk is. En daarnaast is er natuurlijk de hele regelgeving. Stel dat je iets wilt, waar moet je dan aan voldoen? Er komt een hoop bij kijken.”

Als architect ziet Chanan Hornstra steeds meer mensen die zeggen dat ze graag collectief willen wonen: “Vaak willen ze dat buiten de stad. Of ze willen juist iets collectiefs in het dorp waar ze al wonen. Want daar willen ze graag oud worden. Ik ken ook groepen ouderen die zich al georganiseerd hebben als wooninitiatief. Daar zit dan nadrukkelijk vaak ook in dat ze de zorg voor elkaar gaan organiseren. Voor de overheid is dat ook heel interessant, want dan ontlast je de zorg, omdat er voor elkaar gezorgd wordt.”

De laatste twee, drie jaar ziet ook Menno dat er meer gekeken wordt naar collectief wonen: “Het zorglandschap is gigantisch veranderd. Tegelijkertijd verandert ook het beeld dat ouderen boven de supermarkt moeten wonen. Mensen worden wel steeds ouder, maar ook steeds gezonder ouder. ‘DE oudere’ bestaat niet. Vaak wíllen mensen wel verhuizen, maar passen ze niet goed in een hokje. De ene wil een appartement, de ander wil een patio, de een wil een gemeenschappelijke woonvorm, de andere niet. Dus de interesse voor collectief wonen zie ik toenemen, maar de stap om het concreet te maken ontbreekt vaak nog.”

Wat helpt de mensen dan om concreet de stap te zetten?

Menno: “Het Rijk heeft de stimuleringsregeling Wonen en Zorg vanuit het programma Langer Thuis Wonen. Dat is vanuit de zorgkant geredeneerd, maar ook omdat ouderen het zelf willen. Maar goed, nu kijken we specifiek naar ouderen en dat is zeker een doelgroep waar dit interessant voor is. Maar er zijn ook steeds meer gezinnen of jongeren die ook wel collectief willen wonen en ook wel in dat buitengebied.”

Waarom wíllen we eigenlijk collectieve woonvormen in het buitengebied?

“Dat wil je omdat een collectieve woonvorm het buitengebied verstrekt in meerdere opzichten”, zegt Chanan. “Een goede invulling van vrijkomende boerderijen gaat allereerst leegstand, verloedering en mogelijke criminalisering tegen. Daarnaast vergroot het de sociale controle en veiligheid in het buitengebied en het houdt voorzieningen en sociale netwerken in het buitengebied in stand. En het kan de zorg ontlasten.”

Hoe gaat het met collectieve woonvormen in Zundert?

Projectleider Marcel van Miert: “We zien aan de ene kant initiatiefnemers die zoeken naar een leuke plek, maar die in Zundert lastig kunnen vinden. Je moet er namelijk op tijd bij zijn én het moet er ook nog mogen. En aan de andere kant zie je eigenaren van een VAB (Vrijkomende Agrarische Bebouwing) die graag iets willen gaan ontwikkelen. Maar een concreet plan hebben ze vaak niet.”

“We hebben gemerkt dat de initiatieven grote behoefte hebben aan duidelijkheid,” vertelt Chanan. “Past hun plan binnen de regelgeving, past het op een bepaalde locatie, kunnen ze medewerking verwachten voor de vergunningen die nodig zijn?” Marcel vervolgt: “De insteek is dat er veel kan in het buitengebied, als je maar bijdraagt aan de kwaliteit van het buitengebied.”

Maar is dat ook niet wat ingewikkeld voor mensen, om daar dan een beeld bij te krijgen?

“Dat is zeker lastig voor mensen,” beaamt Menno, “maar als je als gemeente bijvoorbeeld duidelijk zegt van ‘je moet zorgen dat je wat meer natuur hebt’, nou dan gaan de initiatiefnemers zich daarop richten. Wat wij daarom nu gedaan hebben in de pilot is meedenken over onder meer een concrete checklist voor initiatiefnemers. Die komt binnenkort beschikbaar en is bedoeld om in een vroeg stadium iets meer duidelijkheid te geven over hoe kansrijk je initiatief is.”

Chanan vult aan: “We helpen initiatiefnemers door hen zichzelf eerst te laten afvragen of hun idee kansrijk is. Ze moeten zichzelf eerst twee vragen stellen: Is mijn initiatief een collectieve woonvorm? En is mijn (beoogde) locatie geschikt voor een collectieve woonvorm? Wij helpen ze met voorbeelden van plekken die zeker wel en plekken die zeker niet kansrijk zijn. En vervolgens kijk je naar de toegevoegde waarde die jouw initiatief heeft voor het gebied. Hoe draagt het bij aan de verbetering van het buitengebied?”

En wat is dan de vervolgstap voor een initiatiefnemer?

“Faciliteren in het begin is dus heel belangrijk, met die checklist en concrete informatie,” zegt Menno, “maar vervolgens komt het erop neer dat een initiatiefnemer of een locatie-eigenaar geholpen wordt door een team. Dat je er met z’n allen alles aan gaat doen om het initiatief mogelijk te maken. Dat is ook de volgorde.

Mensen moeten ook resultaat gaan zien, sommige initiatieven komen al jaren niet verder. Ik ken iemand die in de regio al heel lang bezig is met een zorgboerderij voor mensen met dementie, maar al 5/6 jaar aan het struinen en zoeken is naar een locatie. Nou, als het echt zo is dat in Zundert honderden agrarische objecten vrijkomen, de komende jaren… dan moet dát toch te realiseren zijn?”