Interview met Marcel van Miert (projectleider)

De pilot draait inmiddels twee jaar. De drie verschillende overheden werken vanuit één overheid samen met inwoners en betrokkenen. Er zijn veel partijen betrokken bij het project. Wat hebben we in de tussentijd al geleerd en gemerkt in het gebied? We vragen het aan Marcel van Miert, projectleider van de pilot Vitaal Buitengebied.

Marcel, wat vind je dat er goed gaat in het buitengebied?

“Alweer anderhalf jaar geleden zijn de eerste bijeenkomsten geweest. Toen zijn er 7 gebieden ontstaan waar voldoende energie zit. Sterker nog, er zit heel veel energie in en er ontstaan allerlei plannen en ideeën. We hebben mensen bereid gevonden om vrijwillig mee te werken in de pilot en dat is met complexe materie en tegenstrijdige belangen best een uitdaging. Wat ik mooi vind aan de pilot is dat mensen elkaar echt opzoeken, er is veel bereidheid om samen op te trekken.”

Naast de gebiedsregisseur staat een adviseur van de overheid.

“Inderdaad. Dat is wel een omslag voor mensen bij de overheid. Eerst kregen ze een plan op het bureau en nu gaan ze al in een vroeg stadium bij mensen op bezoek. Er ontstaat dan een heel andere dynamiek, waarbij we als overheid samen met inwoners kijken of we die plannen verder kunnen brengen. De andere manier van denken, dat is voor overheden wel een uitdaging. Daarbij heeft de adviseur nog wel meer steun nodig vanuit de eigen overheid.”

foto van boerderij in Zundert

Bevalt deze nieuwe manier van werken over het algemeen goed?

“Goed! Veel mensen binnen de overheden gaan dit nu echt leuk vinden en collega’s erin meenemen, ook als het soms moeilijk. Ze worden eerder en op een andere manier bij een plan betrokken. Dit enthousiasme verspreidt zich als een olievlek binnen de organisatie. We merken dat de collega’s bij de overheden wat dat betreft ook echt ambassadeurs zijn voor deze nieuwe aanpak. Dat is dan toch eigenlijk ook een mooi resultaat. Natuurlijk zijn er dingen waar je tegenaan loopt, maar dat weet je op voorhand als je zo’n traject start.”

Hoe kijken inwoners en bedrijven aan tegen deze pilot?

“Voor de inwoners maakt de pilot het makkelijker om hun plan te realiseren. Mensen hoeven niet meer bij drie verschillende lokketten langs en kunnen soms meer dan wat op papier mogelijk is. Daar staat tegenover dat wat je als inwoner of bedrijf van plan bent, vaak eerder zichtbaar is. Dat is soms ingewikkeld als jouw plan gevoelig ligt bij je omgeving. Die gevoeligheid vraagt nog meer aandacht, daar gaan we binnen de pilot nog meer van leren.”

Inmiddels zijn er zo’n 50 plannen in mindere en meerdere mate concreet. Kun je iets zeggen over de soort initiatieven die er zijn?

“We zien verschillende plannen ontstaan. Er is momenteel veel vraag naar nieuwe woonvormen. Er is verspreid leegstand in het gebied, dus is het zoeken naar goede locaties voor. Het clusteren van initiatieven helpt daarbij. Dit worden dan een soort gemeenschappen of minidorpjes, waarbij we dan ook proberen voorzieningen en andere initiatieven te koppelen. Zoals pluktuinen of jonge ondernemers die voedsel willen verkopen, lokale thee, ijs, bier, dat soort dingen. Er zijn echt veel lokale jonge ondernemers die iets met voedsel willen doen, dat is hartstikke leuk.”

We begrijpen dat er ook veel behoefte is aan recreatie?

“Ja, dat klopt, mensen willen steeds vaker vertoeven in het buitengebied en er is veel vraag naar fietspaden, ommetjes en bankjes. Ook rondom de druk op het verkeer en verkeersveiligheid zijn veel initiatieven. Bij gebieden zoals Pannenhoef en Oude Buisse Heide is nog meer vraag naar natuur en landschap. Het lijkt er ook op dat er misschien een fietspad komt langs de Aa of Weerijs. Misschien moeten we wel omwegen maken om bedrijven te ontzien.”

kapel in Zundert

De bedrijven in het gebied willen vaak juist uitbreiden.

“Ja, dat klopt, deze bedrijven hebben ook eigen belangen, ze willen groeien en innoveren. Het gaat goed in de zachtfruit- en boomteeltsectoren. Die bedrijven willen verder groeien en op een slimmere manier duurzaam werken. Denk bijvoorbeeld aan het terugdringen van chemicaliën en water nogmaals hergebruiken.”

Al die plannen die mensen concreet willen maken, die moeten meerwaarde hebben voor de buurt.

“Een initiatief moet aan verschillende voorwaarden voldoen. Allereerst moet je initiatief levensvatbaar zijn. Ten tweede moet de buurt van het initiatief beter worden. En de ‘winst’ die je maakt moet je inzetten bij het beter maken van het gebied, dat is de derde voorwaarde. Dat laatste doe je door samen met de buurt of de dorpsraad op te trekken.”

Zie jij de komende tijd er nog belemmeringen voor de pilot?

“Alle plannen gaan we in dit stadium vertalen naar concrete plannen. We moeten ervoor zorgen dat wat er nu ontstaat is, niet stopt. De pilot stopt dan wel, maar de manier van werken niet. Mensen kunnen dus nog steeds hun ideeën voor het gebied blijven delen via het Loket Buitengebied. De manier van werken die we nu bij de overheden ontwikkelen, hopelijk wordt dat straks de nieuwe manier van werken. Ik denk dat de uitdaging vooral ligt bij het enthousiast en betrokken houden van inwoners. De gebiedsregisseurs doen dit heel goed, maar het is soms een vermoeiend traject. Gelukkig zien we dat er veel mensen zijn die buiten hun eigen belang weten te stappen. Echt mooi om te zien.”